5A - juf Aranka
 
(Advertentie)
(Advertentie)
1. Het pantoffeldiertje - Eencellige wezens
2. De zoetwaterpoliep - Eenvoudige meercellige dieren

In een sloot leeft een erg klein diertje van slechts één cm groot, het zoetwaterpoliepje.
Het hecht zich vast aan waterplanten.
Een ver neefje van deze zoetwaterpoliep is de kleurige zeeanemoon, die in zee op stenen en rotsen leeft. Beiden zijn opgebouwd uit vele celletjes, toch zijn het nog vrij eenvoudige levende wezens.
 
Bij deze dieren ontstaat op een bepaald ogenblik een gezwel, een uitgroeiing op het lichaam.
Dit gezwel noemen we een knop.

Weldra groeit de knop, wordt hij dik, maakt hij zich los en gaat hij in het water rondzweven. Hij vormt een nieuw levend wezen dat volledig gelijk is aan het diertje waarop hij is gegroeid. Van het moederlichaam maken zich dus nieuwe poliepjes los.

Dergelijke dieren planten zich voort door knopvorming. 

2. De zoetwaterpoliep - Eenvoudige meercellige dieren
(Advertentie)
Bij vogels valt de bruiloftstijd, we spreken ook van de paartijd, in de lente.
Met pronken en pralen en met luidruchtig fluiten probeert het merelmannetje het wijfje naderbij te lokken.
Laat een merelwijfje zich verleiden, dan gaat het mannetje met slepende staart en hangende vleugels rondom haar heen stappen. Hij maakt haar het hof.

          
Het wijfje begrijpt deze gebarentaal van het mannetje zeer goed: hij maakt haar duidelijk dat ze nu zijn vrouw wordt en dat hij verwacht dat ze klaar is om haar eitjes te laten bevruchten. Weldra gaat ze neerhurken en de vleugels spreiden. Triomfantelijk bestijgt het mannetje de rug van het wijfje en brengt hij zijn geslachtsopening precies tegenover en ook in die van het wijfje. Nu spuit hij het sperm met de spermcellen langs de geslachtsopening van het wijfje in het wijfjeslichaam naar binnen.

Daar beginnen de spermcellen hun tocht op zoek naar de eicellen. De eicellen ontwikkelen zich in het vogellichaam, in een orgaantje, de eierstok, genoemd. De bevruchting gebeurt dus bij de merel, en ook bij andere vogels, binnenin het moederlichaam.  Pas daarna wordt de harde schaal rond het ei gevormd en komt het naar buiten.

Het merelwijfje gaat nu zitten broeden. Ze houdt eieren warm. Zo kan het jonge vogeltje zich binnenin het ei verder ontwikkelen, tot het zo groot is dat de eischaal breekt en het jonge vogeltje naar buiten kan. Daarna dient het nog enkele weken door de oudervogels verzorgd te worden, alvorens het op eigen vleugels kan wegvliegen. 
In de paartijd, die meestal in februari valt, zijn de poezen bijzonder onrustig en trekken ze graag bij dag en nacht op zwerftocht uit.
De mannetjeskatten, de katers, houden dan oorverdovende miauwconcerten om mekaar onderling te overtroeven en meteen ook de aandacht van de wijfjeskatten te trekken. Uiteindelijk heeft iedere kater zijn wijfjeskat gekozen.

Zowel kater als poes voelen best dat de tijd is gekomen om voor nieuw leven te zorgen. De poes zet zich in paarhouding, brengt de buik tegen de grond en heft het achterlijfje op. De kater bestijgt zijn wijfje. Dit noemen we paring. Hierbij brengt de kater met zijn geslachtsdeeltje een stroom spermacellen in de geslachtsopening van zijn wijfje. Er kunnen geen spermacellen verloren gaan omdat het direct in het wijfjeslichaam naar binnen werd gebracht. Hiermee heeft het kattenmannetje zijn taak vervuld.

De spermacelletjes dringen verder naar binnen. Ze zijn als het ware op speurtocht naar de eicellen. Deze ontstaan tijdens de paartijd uit de eierstokken. Na een tijd verenigen sperma- en eicellen elkaar. De eitjes worden bevrucht en de spermacellen die nooit een eitje ontmoeten sterven of in het lichaam van de moederpoes.

De bevruchte eicellen komen terecht in een vlezig orgaantje, de baarmoeder. Deze baarmoeder wordt voor een hele lange tijd de wieg van de zich ontwikkelende poesjes. Precies in de baarmoeder gaan de bevruchte eitjes groeien en zich ontwikkelen tot kleine katjes. Daar gaan natuurlijk weken overheen..

Tot de diertjes tot volwaardige en volledig ontwikkelde katjes zijn uitgegroeid. Dan moeten ze wel naar buiten! De moederkat gaat liggen. De baarmoeder begint zich samen te trekken en dit zorgt ervoor dat de poesjes zachtjes uit het wijfjeslichaam komen. Ze worden één voor één geboren.
(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)